PGS 37-2 is de Nederlandse richtlijn voor de opslag van lithium-ion accu’s. De vraag die bedrijven ons het vaakst stellen is niet wat erin staat, maar of hij voor hen geldt. Het antwoord staat in Tabel 2 van de richtlijn: vanaf 333 kg aan accu’s per brandcompartiment, vanaf 1.000 kg voor kleine cellen en batterijen, en al vanaf 30 kg als de accu’s beschadigd of defect zijn.
Blijf je onder die grens, dan is de richtlijn formeel niet op jou van toepassing. Dat is iets anders dan “er geldt niets”, en dat verschil is precies waar het in de praktijk misgaat. Hieronder staat per situatie wat er wel en niet geldt, wat de richtlijn over kasten en kluizen zegt, en hoe het staat met de wettelijke verankering.
Eerst dit: PGS 37-1 of PGS 37-2?
De twee worden voortdurend door elkaar gehaald, en ze gaan over verschillende dingen.
- PGS 37-1 gaat over energieopslagsystemen (EOS): grote, aan elkaar gekoppelde batterijen die energie opslaan en teruggeven. Denk aan een buurtbatterij, een thuisbatterij of een systeem dat schommelingen op het net opvangt.
- PGS 37-2 gaat over de opslag van losse lithiumhoudende energiedragers: accu’s en batterijen die je bewaart, oplaadt, verhandelt of inzamelt.
Sla je accu’s van e-bikes, accugereedschap, heftrucks, scootmobielen of tuinmachines op, dan is PGS 37-2 jouw document. Op de pagina regelgeving staat hoe PGS 37-2, VDMA 24994 en EN 14470-1 zich tot elkaar verhouden.
De drempelwaarden: vanaf wanneer val je eronder
PGS 37-2 kent vijf groepen energiedragers, elk met een eigen ondergrens. De hoeveelheden gelden per brandcompartiment, niet per bedrijf en niet per vestiging.
| Groep | Wat voor energiedragers | Vanaf |
|---|---|---|
| 1 | Kleine cellen en batterijen onder bijzondere bepaling 188 van het ADR: lithium-ion batterijen tot 100 Wh, cellen tot 20 Wh, lithiummetaalbatterijen tot 2 g lithium, cellen tot 1 g | 1.000 kg |
| 2 | Alles wat niet onder groep 1 valt, dus de gangbare e-bike-, gereedschaps- en machineaccu’s | 333 kg |
| 3 | Niet-groep-1 accu’s die in voertuigen, werktuigen of machines zijn verwerkt en buiten worden opgeslagen | 333 kg en opslag groter dan 2.500 m² |
| 4 | Beschadigde of defecte energiedragers | 30 kg |
| 5 | Energiedragers voor product- of materiaalhergebruik, inclusief diepontladen accu’s | 333 kg |
Twee dingen worden hier vaak over het hoofd gezien.
Beschadigde accu’s tellen tien keer zo zwaar. Voor defecte of beschadigde energiedragers ligt de grens op 30 kg in plaats van 333 kg. Een fietsenwinkel, een accuhandel of een werkplaats die retouren en garantiegevallen apart zet, zit daar sneller aan dan gedacht: dat zijn een stuk of tien e-bike-accu’s. In de conceptversie uit maart 2022 stond op deze plek nog één energiedrager, dus één beschadigde accu was genoeg. De definitieve richtlijn heeft dat verruimd naar 30 kg, maar streng is het gebleven.
Verschillende soorten tellen bij elkaar op. Heb je accu’s uit meerdere groepen in hetzelfde brandcompartiment, dan geldt een sommatieregel. Je deelt per groep de aanwezige hoeveelheid door de bijbehorende ondergrens en telt die uitkomsten op, dus U = (q1 / Q1) + (q2 / Q2) + (q3 / Q3) en zo verder. Is de uitkomst gelijk aan of groter dan 1, dan wordt de ondergrens overschreden. Met 200 kg gewone accu’s en 15 kg defecte accu’s zit je er dus al overheen, terwijl geen van beide op zichzelf de grens haalt.
Wat je precies weegt
De richtlijn rekent met het brutogewicht van de energiedrager: inclusief de behuizing van de accu, maar exclusief het gewicht van het product waarin de accu zit. PGS 37-2 geeft er zelf het voorbeeld bij dat het meest voorkomt. Bij een uitneembare fietsaccu telt het volledige gewicht van die accu. Bij een geïntegreerde fietsaccu telt niet het gewicht van de fiets, maar het gewicht van het deel van de fiets waarin de accu is verwerkt.
Die keuze is gemaakt om het toezicht eenvoudig te houden. Pakt dat in je situatie onevenredig uit, bijvoorbeeld bij een contragewicht van een heftruck, dan kun je dat aantonen en in overleg met het bevoegd gezag een andere bepaling van het gewicht afspreken.

De uitzonderingen die in de praktijk het meest voorkomen
Niet alles wat op accu’s lijkt is opslag. PGS 37-2 zondert een aantal situaties uit, en juist daar zitten de branches waar wij het vaakst komen.
- Werkvoorraad. De voorraad die je nodig hebt om door te werken valt erbuiten. Maar alles boven de werkvoorraad, en ook de showroom, telt weer mee zodra je boven de 333 respectievelijk 1.000 kg komt.
- Opladen in het apparaat zelf. Laad je accu’s op in de fiets of de scooter die actief in gebruik is, zoals bij maaltijdbezorging of deelscooters, dan valt dat buiten het toepassingsgebied. De richtlijn beveelt wel aan de maatregelen ook dan toe te passen, gezien het risico op thermal runaway.
- Stalling langer dan een week. Staan niet-gebruikte of tweedehands voertuigen en tweewielers langer dan een week in een loods of magazijn waar niet aan gewerkt wordt en dat niet publiek toegankelijk is, dan valt dat er juist wel onder zodra je boven de grenzen komt.
- Seizoensverhuur. Actieve verhuur is uitgezonderd. Staat de vloot stil omdat het laagseizoen is, dan is PGS 37-2 wel van toepassing boven de grenzen. Dit raakt fietsverhuurders en vakantieparken en hotels direct.
Wat de richtlijn zegt over kasten en kluizen
Bijlage E van PGS 37-2 is normatief en gaat specifiek over opslagvoorzieningen die als compleet systeem uit de fabriek komen. De bijlage maakt onderscheid tussen twee dingen:
- een brandveiligheidsopslagkast met een inhoud tot maximaal 333 kg aan energiedragers;
- een brandveiligheidskluis met een grotere inhoud.
Voor de kast tot 333 kg stelt de bijlage onder meer dat hij bij voorkeur op de begane grond staat, dat er in een brandcompartiment op de begane grond maximaal drie van die kasten mogen staan tenzij er een gecertificeerde sprinklerinstallatie is, dat meerdere kasten op een verdieping elk in een eigen brandcompartiment met een WBDBO van ten minste 60 minuten horen, en dat een kast niet in of nabij een vluchtweg wordt geplaatst.
En dan de eis die de meeste bedrijven raakt. Een brandveiligheidsopslagkast moet 60 minuten brandwerend zijn. Sla je in de kast beschadigde accu’s op, of laad je er accu’s in op, dan wordt dat 90 minuten. Laden is voor vrijwel iedereen de reden om zo’n kast te kopen, dus in de praktijk is 90 minuten het getal dat telt.
Over EN 14470-1 is de richtlijn precies, en preciezer dan de markt het meestal vertelt. PGS 37-2 stelt vast dat die norm alleen geldt voor brandbare vloeistoffen in kasten tot 1 m³ en daarom niet direct van toepassing is op accu’s. Wel neemt hij er twee onderdelen uit over: de voorschriften voor deuren (paragraaf 5.2) en voor ventilatie (paragraaf 5.4) van NEN-EN 14470-1:2014 gelden onverkort.
Belangrijker is wat de richtlijn er direct achteraan zet. Kasten volgens NEN-EN 14470-1 zijn getest op een brand van buiten naar binnen en hebben daarmee, in de woorden van PGS 37-2, “een andere functionaliteit”. Die typetest is volgens de richtlijn niet geschikt om te beoordelen hoe een kast zich houdt bij een thermal runaway, die van binnen naar buiten werkt, of bij de ontsteking van een explosief lucht-gasmengsel in de kast.
Dat is geen verkooppraatje van een leverancier maar de tekst van de richtlijn zelf. En de zin die erop volgt wijst de uitweg: is er een erkende test beschikbaar en uitgevoerd, dan kan in overleg met het bevoegd gezag maatwerk worden toegepast. Een test volgens VDMA 24994 bij een geaccrediteerd laboratorium is precies zo’n test.
Eén zin uit die bijlage is belangrijker dan de rest. PGS 37-2 bepaalt dat zodra er een Nederlandse, Europese of internationale norm beschikbaar komt voor brandveiligheidsopslagkasten voor lithiumhoudende energiedragers, die norm in de plaats treedt van de bijlage. Dat is precies waar VDMA 24994 binnenkomt: de norm die een kast onderwerpt aan een brand die binnenin ontstaat, en het vertrekpunt voor de Europese EN-norm waaraan gewerkt wordt. Zodra die Europese norm er is, treedt die in de plaats van de bijlage.
Onder de 333 kg: geldt er dan niets?
Dit is het eerlijke antwoord, en het is genuanceerder dan beide uitersten die je in de markt hoort.
PGS 37-2 zegt het zelf: omdat de richtlijn pas geldt vanaf 333 kg, is hij niet van toepassing op één enkele kast in een brandcompartiment waar verder geen accu’s worden opgeslagen. In dezelfde alinea staat er direct achteraan dat het zeer wenselijk is om in dat geval toch aansluiting te zoeken bij de eisen uit Bijlage E. De richtlijn beschrijft de stand van de techniek, en die verandert niet bij 332 kg.
Daarnaast blijven er twee dingen overeind die los staan van de drempelwaarde:
- De zorgplicht. Die geldt hoe dan ook, ook onder de grens, en een omgevingsdienst kan PGS 37-2 als invulling daarvan opleggen met een maatwerkvoorschrift.
- Je verzekeraar. Die kijkt niet naar drempelwaarden maar naar de vraag of je het risico aantoonbaar beheerst. Een gecertificeerde accukluis is daarvoor het gebruikelijke bewijs.
De status: vastgesteld, maar nog niet in het Bal
PGS 37-2 is in december 2023 vastgesteld door het Bestuurlijk Omgevingsberaad. In april 2026 verscheen versie 1.1, die inhoudelijk gelijk is aan versie 1.0 en waarin een interactief risicodiagram is toegevoegd. De inhoud is dus stabiel.
De wettelijke verankering is dat niet. Het opslaan van lithiumhoudende batterijen wordt pas als milieubelastende activiteit aangewezen zodra het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is gewijzigd. De consultatie op dat wijzigingsbesluit liep van 27 maart tot 28 april 2026 en is gesloten; het verslag van de reacties is gepubliceerd en die reacties worden nu verwerkt. Inwerkingtreding wordt verwacht in de loop van 2028. Op dat moment vervalt de Circulaire risicobeheersing lithium-ion energiedragers uit 2020.
Tot die tijd geldt PGS 37-2 dus niet als direct werkende regel, maar bijt hij langs drie andere wegen. PGS-richtlijnen zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving aangewezen als informatiedocument over de beste beschikbare technieken, waar het bevoegd gezag bij een vergunning rekening mee moet houden. De Nederlandse Arbeidsinspectie neemt ze als uitgangspunt voor toezicht en handhaving. En de richtlijn kan rechtstreeks worden opgelegd, als vergunningvoorschrift, als invulling van de zorgplicht of via het omgevingsplan van je gemeente. Voor de omgevingsveiligheid publiceerde het RIVM in april 2025 een rekenmethode, waarvan de vaste afstandstabellen op 10 maart 2026 zijn vereenvoudigd en aangevuld.
De praktische conclusie: wie nu investeert, investeert tegen een richtlijn waarvan de inhoud vaststaat en waarvan de wettelijke status alleen nog maar strenger wordt.

Veelgestelde vragen over PGS 37-2
Is PGS 37-2 verplicht?
Niet als direct werkende regel. PGS 37-2 is op 12 december 2023 vastgesteld maar nog niet aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving; dat wordt in de loop van 2028 verwacht. Dat betekent niet dat je hem kunt negeren. PGS-richtlijnen zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving aangewezen als informatiedocument over de beste beschikbare technieken, dus het bevoegd gezag moet er bij een omgevingsvergunning rekening mee houden. De Nederlandse Arbeidsinspectie gebruikt ze als uitgangspunt voor toezicht en handhaving, en de veiligheidsregio’s als richtlijn bij hun advies over brandveiligheid. Daarnaast kan de richtlijn worden opgelegd via een vergunningvoorschrift, een maatwerkvoorschrift op grond van de zorgplicht of via het omgevingsplan.
Wat is het verschil tussen PGS 37-1 en PGS 37-2?
PGS 37-1 gaat over energieopslagsystemen: grote gekoppelde batterijen die energie opslaan en teruggeven, zoals buurtbatterijen en thuisbatterijen. PGS 37-2 gaat over de opslag van losse lithiumhoudende accu’s en batterijen. Sla je accu’s van e-bikes, gereedschap of machines op, dan is PGS 37-2 van toepassing.
Geldt de 333 kg per bedrijf of per ruimte?
Per brandcompartiment. Een bedrijf met drie gescheiden brandcompartimenten beoordeelt elk compartiment apart. Zitten er verschillende soorten energiedragers in hetzelfde compartiment, dan tel je ze via de sommatieregel bij elkaar op: de aanwezige hoeveelheid gedeeld door de ondergrens per groep, opgeteld, en bij 1 of meer is de grens overschreden.
Voldoet mijn accukluis aan PGS 37-2?
PGS 37-2 stelt in Bijlage E eisen aan de kast of kluis en aan de plaatsing ervan, en bepaalt dat een Nederlandse, Europese of internationale norm die bijlage vervangt zodra die beschikbaar is. Een test volgens VDMA 24994 door een geaccrediteerd laboratorium is op dit moment het sterkste bewijs dat een kluis bestand is tegen een brand die binnenin ontstaat. De SafetyFirst BS-serie is op die manier getest en ECB.S-gecertificeerd.
Weten waar je staat
Of je boven de drempel zit hangt af van wat je opslaat, hoeveel, in welke staat en in welke ruimte. Dat is in een paar vragen uit te rekenen.
Lees verder
- Regelgeving: hoe PGS 37-2, VDMA 24994 en EN 14470-1 zich tot elkaar verhouden, en wat verzekeraars vragen.
- VDMA 24994-norm: wat de test inhoudt en waarop een accukluis wordt beoordeeld.
- Accubrand: hoe een thermal runaway ontstaat en waarom hij zo moeilijk te blussen is.
Bronnen: PGS 37-2:2023 versie 1.1 (april 2026), Tabel 2 en Bijlage E, Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Voor de vergelijking met het concept: PGS 37-2:2022 versie 0.1 (maart 2022). Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), PGS 37-1 en 37-2. Alle bronnen geraadpleegd in september 2026.